• Simple Item 8
  • Simple Item 7
  • Simple Item 6
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • Simple Item 7
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • Simple Item 8
  • Simple Item 5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • Simple Item 8
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7

Groep 5 websiteHet Nationaal Media Paspoort programma is samengesteld op basis van 'het voorstel voor herziening van de kerndoelen van het basisonderwijs' dat in maart 2004 aan de Tweede Kamer is voorgelegd door de minister van OCW. Het programma stimuleert de natuurlijke nieuwsgierigheid en de behoefte aan ontwikkeling en communicatie van kinderen door middel van gestructureerde en interactieve onderdelen voor verschillende leeftijdscategorieën. Daarnaast biedt het programma ontdekkend onderwijs met een sterke verbinding naar het dagelijkse leven.  Bij elke les wordt aangegeven welke kerndoelen aan bod komen in het programma.

Naast de kerndoelen voor het taalonderwijs (zowel mondeling, schriftelijk als taalbeschouwing, waaronder het ontwikkelen van strategieën) en de kerndoelen voor het rekenonderwijs (getallen en bewerkingen en meten en meetkunde) worden in het programma een aantal vakoverschrijdende kerndoelen meegenomen op het gebied van ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ en ‘Tijd’ en ‘Kunstzinnige Oriëntatie’. 

Zie hier voor het document kerndoelen primair onderwijs 

Groep wordt geinterviewd dor BNR RadioHet Nationaal Media Paspoort baseert zich op het Mediawijsheid Competentiemodel.

Aangezien kinderen op steeds jongere leeftijd in aanraking komen met media, denk aan de televisie maar ook aan de tablets, is het noodzakelijk om al in groep 1 en 2 te beginnen. De lessen zijn gebaseerd op het Mediawijsheid Competentiemodel van Mediawijzer.net, de netwerkorganisatie van het Ministerie van OC en W.

Het Mediawijsheid Competentiemodel is in 2012 tot stand gekomen in samenwerking met de Nationale Academie voor Media en Maatschappij en geeft een goede gedegen basis voor de inhoudelijke opzet van de doorlopende leerlijn voor basisscholen, die resulteert in het Nationaal Media Paspoort voor de bovenbouwklassen. Het model bestaat uit 10 competenties die verdeeld zijn over de thema’s Begrip, Gebruik, Communicatie en Strategie. Voor elk van de 7 modules van de inhoudelijke opzet, zoals hierna beschreven, worden de betreffende competenties genoemd.

Zie hier voor het document Mediawijsheid Competentiemodel

Foto boven: groep 4 wordt tijdens de testfase van het Nationaal Media Paspoort geïnterviewd door BNR Radio 

Mediawijsheid Competentie Model

Het Nationaal Media Paspoort baseert zich, als het gaat om de didactische onderbouwing, op de Leerlijn Leren leren van de CED Groep. De 5 elementen uit deze leerlijn zijn toegepast in de lessen van het Nationaal Media Paspoort.

Groep 1 les 5 BHet Centrum voor Educatieve Dienstverlening ontwikkelt leerlijnen in opdracht van het Ministerie van OC en W en heeft in 2009 de vakoverstijgende leerlijn Leren leren opgesteld voor het basisonderwijs. De leerlijn is gebaseerd op de kerndoelen van het SBO. Het is gericht op kinderen die niet vanzelfsprekend aan het leren gaan en stimuleert de intrinsieke motivatie van kinderen.

De leerlingen leren met deze leerlijn belangstelling te hebben voor de wereld om hen heen, ze leren deze gemotiveerd te onderzoeken en daarin taken uit te voeren, waarbij ze gebruik maken van informatie, strategieën en vaardigheden en ze leren reflecteren op hun eigen handelen. De leerlijn sluit daarom perfect aan bij de andere inzichten in de onderbouwing van het Nationaal Media Paspoort-programma en levert belangrijke aanwijzingen voor de invulling van de lessen. De leerlijn is verdeeld in 5 elementen:

  1. Taakaanpak
  2. Uitgestelde aandacht / hulp vragen
  3. Zelfstandig (door)werken
  4. Samenspelen en samenwerken
  5. Reflectie op werk

Zie voor de uitwerking van de leerlijn per groep van het basisonderwijs, aan de hand van het document Doorlopende Leerlijn Leren leren door CED Groep: klik hier.

Nationaal Media Paspoort: de wetenschappelijke onderbouwingEsther Rozendaal

Het Nationaal Media Paspoort is een initiatief van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij. Het materiaal is ontwikkeld in een nauwe samenwerking met Radboud Universiteit Nijmegen, in het bijzonder met Dr. Esther Rozendaal, universitair docent Persuasieve Communicatie. Haar onderzoek richt zich op de media- en reclameverwerking van jongeren in het algemeen en de media/reclamewijs- en weerbaarheid van kinderen in het bijzonder. Ze ontving verscheidene prijzen voor haar werk, onder andere van de International Communication Association (ICA), de Netherlands School of Communication Research (NeSCoR), en de International Journal of Advertising. 

Raad voor Cultuur: mediawijsheid 2005 

In juli 2005 heeft de Raad voor Cultuur een advies geschreven met de titel ‘Mediawijsheid, op weg naar nieuw burgerschap’, waarin zij het belang van medialessen voor basisscholen onderstreept. Media spelen namelijk een steeds grotere rol in het leven van onze jeugd, met name via mobiele telefoons, maar ook de invloed van andere media, zoals de televisie, internet en sociale media neemt nog steeds toe. Nu het belang en de afhankelijkheid van media groter worden en het toezicht wegvalt door de toegenomen mobiliteit, wordt het steeds belangrijker om kinderen te ‘empoweren’ in hun gebruik van de media. Het Nationaal Media Paspoort is gebaseerd op de laatste wetenschappelijke kwaliteiten over hoe we kinderen niet alleen mediawijs kunnen maken, maar ook de krachtiger kunnen maken in hun gebruik van de media. Samen met de Universiteit Amsterdam en later met Universiteit Nijmegen hebben wij hier in de afgelopen jaren voortdurend onderzoek naar gedaan. De 6 belangrijkste uitkomsten van deze onderzoeken zijn verwerkt in dit nieuwe programma.

Weten, voelen, willen en doen: van mediawijsheid naar media-empowerment 

Groep 4 body scan les 3Zo biedt het programma niet alleen mediakennis (A. cognitief) maar ook oefeningen om te leren voelen (B. intuïtief) wat media proberen te bereiken of met je doen. We helpen hen een zogenaamd media-instinct te ontwikkelen. Daarna leert het programma kinderen om zelf na te denken over waarom het goed zou zijn om slim naar media en hun eigen mediagedrag te kijken (C. intrinsieke motivatie). De redenen die zij zelf bedenken laten wij hen met andere leeftijdgenoten delen met als effect dat de redenen sterker worden bij het kind zelf (D. zelfovertuiging).

Als laatste stap laten wij de kinderen uitspreken wat zij zelf kunnen doen om weerbaar en kritisch te zijn (E. strategie of intentie). Het is van belang dat zij deze intentie meerdere keren herhalen, zodat zij de intentie ook daadwerkelijk uitvoeren wanneer zij online zijn (F. implementatie). 

Wilt u meer informatie over het onderzoekswerk van  Dr. Esther Rozendaal, universitair docent Persuasieve Communicatie? Klik dan hier.

Het Paspoort als guideline voor de leerlingen

De Motivaties (Waarom is het voor jou belangrijk?) en Strategieën (Hoe kun jij zorgen dat jij?) die kinderen bedenken om bewuster met media om te gaan worden door hen in de paspoorten geschreven. Op deze manier wordt het paspoort een soort ‘guideline’ voor hun mediagebruik, dat zij bij zich kunnen houden.

De volgende kernkwaliteiten staan bij de lessen centraal:4 kwaliteiten klein

K (weten, kennis)        (Cognitieve aspecten)                    (Ik weet)

E (voelen, emotie)       (Emotionele specten)                     (Ik voel)

M (willen, motivatie)     (Zelfovertuiging en intentie)           (Ik wil)

S (doen, strategie)       (Intentie implementatie)                (Ik doe)

Wetenschappelijke monitor en wetenschappelijke raad 

Tijdens de lessen wordt er een wetenschappelijke Monitor gebruikt ter toetsing van de wetenschappelijke kwaliteiten en de effectiviteit van het lesmateriaal. Iedere school die deelneemt aan het Nationaal Media Paspoort neemt deel aan deze Monitor. 

Wilt u meer over de Monitor en de Wetenschappelijke raad lezen, klikt u dan op: Monitor.

Lees: Media-empowerment: Een gedragsverandering benadering van media-educatie. Door: Dr. Esther Rozendaal, Universitair hoofddocent Communicatiewetenschap Radboud Universiteit Nijmegen