• Simple Item 8
  • Simple Item 7
  • Simple Item 6
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • Simple Item 7
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • Simple Item 8
  • Simple Item 5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • Simple Item 8
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7

Groep 4          Les 2          Bewaak je identiteit

Je reputatie is wat mensen over jou denken als ze zien hoe jij je online gedraagt. Wat heb je gepost of welke berichten heb je gestuurd? Denk na voordat je iets doet online. Bedenk wat mensen over jou zouden kunnen denken als ze iets van jou online zien. Denk na over wat je graag wilt dat mensen over jou denken.

Als je wilt kun je anoniem of onder een andere naam online zijn. Dan lijkt het gemakkelijk om dingen te doen die je anders niet zo snel zou doen. Besef dat je altijd terug te vinden bent en dat anonimiteit geen excuus is om verkeerde dingen te doen online. Je moet weten dat bepaalde dingen ook online strafbaar zijn. Denk goed na wie je als vrienden toelaat op je online profielen. Als je twijfelt niet doen en praat er met iemand over. Spreek niet zomaar af met iemand die je online hebt leren kennen.

Lesvraag:  Wat is vriendschap? Welk onderscheid maak jij tussen online en offline vriendschap?

Leerdoel: Bewustzijn over de waarde van vriendschap en het onderscheid tussen online en offline vriendschap. 

Kwaliteiten

K, E, M, S

SLO Leerlijn leren leren

1.4 a t/m g, 2.4 a, 3.4 a t/m g, 4.4 c t/m h, 5.4 a t/m c
Mediawijsheid competenties

B1, B3, C3, S1

Kerndoelen PO

1, 2, 3, 10, 37, 54