klein 3. Wat je geeft krijg je terug

Handleiding Groep 2 Les 3

Wat vind je leuk om te zien?

Thema 3

Wat je geeft krijg je terug

In deze les worden de eerste twee basisemoties herhaald, zoals deze ook behandeld zijn in Groep 1 Les 3. Vandaag gaan we weer in op blijdschap en verdriet. Uw leerlingen leren deze gevoelens bij zichzelf herkennen en benoemen.

Benodigdheden:
Beeldmateriaal 2.3, Stickervellen, Handleiding 'Bodyscan'.
Let op: vergeet u de stickervellen niet op tijd te bestellen? Zie de website (reken op een levertijd van 1 week) 

A. Inleiding: kringgesprek                                      5 minuten.

  • Geeft u aan dat deze les gaat over: gevoel. Soms voel je je blij, soms voel je je verdrietig. Ook als je naar dingen op televisie kijkt, of als je achter de computer zit of naar je tablet of telefoon kijkt. Wanneer voel je je wel eens blij, en wanneer verdrietig? Als je blij bent, waar voel je dat dan in je lichaam? Wat is de plek waar je je blij of verdrietig voelt?  (neemt u even de tijd om enkele kinderen te laten 
    vertellen; kinderen zullen dit vaak allemaal anders ervaren).
  • Teken eventueel op het bord de smileys die bij ‘blij’ J en ‘verdrietig’ L

 BlijdschapVerdriet
B. Denk-pauze: Bodyscan                                       5 minuten.

  • Zeg in uw eigen woorden het volgende aan de kinderen: ‘We gaan nu even niet nadenken maar voelen, want voelen is net zo belangrijk als nadenken. Om goed te kunnen voelen, doen we allemaal even onze ogen dicht. We gaan één minuut stil zijn en even lekker rustig zitten.’  Doe nu met de kinderen de Bodyscan.
  • De Bodyscan is een begeleide Denk-pauze, waarin de leerkracht de leerlingen in 1 minuut stilte zegt waar zij hun aandacht op moeten vestigen. Het leert kinderen zich naar binnen te richten en zich bewust te worden van hun eigen emoties. Zie voor de tekst van de Bodyscan het document Bodyscan op de website onder ‘Benodigdheden’.
  • Stel na afloop de volgende vragen:
    • Wat voelde jij? Voel je je bijvoorbeeld blij of verdrietig, of iets anders?
    • Waar in je lichaam voelde jij dat gevoel? (kinderen kunnen dit vaak goed zelf aanwijzen)

C. Spel 'blij of verdrietig'                                      15 minuten.

  • Deel aan ieder kind het stickervel uit met de blije en verdrietige smileys.
  • Laat de kinderen kijken naar Beeldmateriaal 2.3. Dit zijn beelden die een beroep doen op ‘blije’ en ‘verdrietige’ gevoelens. Let op: de beelden uit Beeldmateriaal 2.3 moeten één voor één worden getoond, om de kinderen alle tijd te geven te voelen bij steeds één afbeelding. Gaat u niet te snel, neemt u alle tijd voor het beste resultaat.
  • Vraag na elk voorbeeld een kind het gevoel toe te lichten, door te vragen:
    • Waarom vind je dit leuk/niet leuk?
    • Waar in je lichaam voelde je dit? Laat de kinderen de sticker van hun eigen keuze (blij of verdrietig) plakken op de plek in hun lichaam waar ze dit gevoel krijgen. Dit kan elk deel zijn tussen de kruin en de tenen!
  • Elke reactie en elk antwoord van de kinderen is goed: er is geen fout of goed gevoel. Het is onze ervaring dat de kinderen dit vaak voor de eerste keer doen; meestal staan we zelfs op zo’n jonge leeftijd niet stil bij onze gevoelens, terwijl het juist zeer belangrijk is om dit zelfbewustzijn op te bouwen!
  • 2.3Sluit de les af.