klein 2. Bewaak je identiteit

Handleiding Groep 3 Les 2

Wie ben jij?

Thema 2

Bewaak je identiteit

Kinderen leren hun eigen identiteit te verkennen aan de hand van eigenschappen en kenmerken van dieren zoals ze die vaak zien in de media. Het is belangrijk dat kinderen zich bewust worden van hun eigen identiteit. In de lessen voor de hogere groepen wordt namelijk een link gelegd met hun online identiteit, waar zij zuinig mee om leren gaan. Met deze les biedt u de leerlingen al de kans om de basis van deze bewustwording te leggen.

Benodigdheden:

Actieboekje 3.2, Beeldmateriaal 3.2, tekenmateriaal.

A. Inleiding: groepsgesprek                                               10 minuten.

‘Vandaag gaan we kijken naar wat dieren die jullie allemaal kennen en vast wel eens gezien hebben.’

  • Stel de klas de volgende vragen:
  • Wie heeft er een huisdier? Wat vind je zo leuk aan jouw huisdier? Wat kan jouw huisdier goed?
  • Kennen jullie nog andere dieren? Wat vinden jullie van die dieren? Waar zijn zij goed in?

De kinderen hebben nu een moment gehad om te bedenken welke dieren er zijn en welke zij al kennen. Het volgende deel van de les gaan ze zichzelf vergelijken met de dieren die worden aangereikt in het Beeldmateriaal 3.2.

B. Dierenspel                                                          20 minuten.

  • Laat het beeldmateriaal in het Beeldmateriaal 3.2 zien. Dit zijn afbeeldingen van dieren met allemaal leuke karaktereigenschappen.
  • Achtereenvolgens komen in het Beeldmateriaal 3.2 de volgende dieren voorbij. Daarbij geeft de afbeelding steeds, aan de hand van de hieronder aangegeven eigenschappen van de verschillende dieren, aanleiding om met de kinderen over hun eigen eigenschappen te spreken.  binnenkant
    • Beer               Zo sterk als een beer
    • Muis               Zo stil als een muis of klein als een muis
    • Uil                   Zo wijs als een uil
    • Pauw              Zo trots als een pauw
    • Kat                  Zo lenig als een kat of zo lief als een poes
    • Hond              Zo trouw als een hond
    • Haas               Zo snel als een haas
    • Giraffe           Zo lang als een giraffe
  • Stel daarom bij elke afbeelding de volgende vragen aan de kinderen:
    • Welk dier is dit? Wat weet je over dit dier?
    • Wat kan dit dier goed?
  • Deel nu het Actieboekje 3.2 uit.
  • Leg uit: ‘Nu weet je dat elk dier eigenlijk wel ergens goed in is. Laten we dat ook eens bij onszelf bekijken. Waar ben jij goed in? Kruis eens aan in het Actieboekje 3.2 op welk dier jij het meeste lijkt.’
  • Laat de kinderen nu in het Actieboekje 3.2 aankruisen op welk dier zij het meeste lijken.  Stel hen daarbij de volgende vragen:
    • Op welk dier lijk jij het meeste? Kun jij iets wat dit dier ook goed kan?
    • Waarom?
  • Bespreek de resultaten dan nog even kort klassikaal.

Stel daarbij de vraag:

  • Waar ben je nog meer goed in?

Laat de kinderen even uitgebreid vertellen over hun eigen talenten. Zorg dat ieder kind aan de beurt komt, ook de meer stillere en verlegen kinderen.

  •  Sluit de les af.

Jongetje maakt een selfie