klein 5. Maak goede keuzes

Handleiding Groep 3 Les 5

Is dit geschikt voor jou?

Thema 5

Maak goede keuzes

Tijdens deze les worden de leerlingen zich (beter) bewust welke content (beelden en boodschappen) voor hen geschikt zijn, welke niet, en waarom. De leerlingen gaan oefenen met het formuleren van een eigen motivatie (waarom?) en strategie (hoe?) op het gebied van hun eigen mediagedrag. Dat is een voorbereiding op het blok ‘Willen’ en ‘Doen’, waardoor de intrinsieke motivatie van kinderen wordt aangesproken en waardoor kinderen zelf bedenken hoe ze iets kunnen bereiken. Dit is onderdeel van de onderbouwing van het Nationaal Media Paspoort programma. Wilt u daar meer over lezen, ga naar de pagina ‘Kennismaking’ op de website www.nationaalmediapaspoort.nl.  

Benodigdheden:

Beeldmateriaal 3.5, Actieboekje 3.5.Jongen zit op kussen met tablet

A. Inleiding:                                                             10 minuten.

  • We gaan het nog eens hebben over alles wat je kunt zien op de televisie, op de computer en de tablet. Misschien zit je ook al wel eens op de smartphone. Vraag de klas in een kringgesprek eens over de dingen die ze daar zien:
    • Wat is op de televisie voor kinderen bedoeld?
    • Zie je wel eens iets dat niet voor jou  bedoeld is?
    • Wat zie je dan?
    • Wat doe je als je iets op de televisie ziet dat niet voor jou bedoeld is?
  • Herhaal deze vragen ook voor de tablet, computer en mogelijk smartphone, afhankelijk van het aantal kinderen dat hier gebruik van maakt. Schrik niet bij hun antwoorden, maar vraag nieuwsgierig en zonder oordeel door. Hoe minder u laat zien wat u vindt hoe meer de kinderen (willen) vertellen. Soms weten de ouders namelijk niet dat hun kind iets vervelends heeft gezien en heeft het kind het niet aangedurfd erover te vertellen. Overweeg om eventueel dit met ouders te delen zonder het vertrouwen van uw leerling te schaden.

B. Denk-pauze:                                                       5 minuten.

  • Leg uit: we gaan nu even niet nadenken, maar voelen, want voelen is net zo belangrijk als nadenken. Om goed te kunnen voelen, doen we allemaal gedurende één minuut even onze ogen dicht. Laat de kinderen zich even naar binnen richten en met hun aandacht even naar hun gevoel gaan van dat moment.
  • Vraag vervolgens, na de minuut Denk-pauze:
    • Wat voel je?
    • Waar voel je dat?

C. Informatiespel:                                       15 minuten.

  • Deel nu Actieboekje 3.5 uit. Vorm groepjes zodat de leerlingen gezamenlijk de actieboekjes in kunnen vullen. Laat de kinderen eerst met elkaar praten over wat er op de afbeeldingen staat. Dit kan zo’n 10 minuten duren.
  • Laat nu het bijbehorende Beeldmateriaal 3.5 aan de kinderen zien.
  • Laat de afbeeldingen één voor één zien.  Benoem wat er op elke afbeelding staat.
  • Na elke afbeelding sluiten de kinderen heel even hun ogen om goed  te voelen wat de afbeelding bij hen doet. Welk gevoel krijgen zij bij deze afbeeldingen? Worden ze blij, verdrietig, boos of bang?
  • Vraag de klas daarna:
    • Wat gebeurt er op deze plaatjes?binnenkant
    • Wat denk jij: is dit voor jou bedoeld?
    • Hoe zie je dat?
    • Is er iemand die iets anders vindt? Waarom?
    • Hoe zouden je dit kunnen oplossen? Wat kun je doen als je bijvoorbeeld bang wordt van iets dat je ziet, op tv of via internet?
  • Kinderen tussen de 5 en 8 jaar kunnen nog niet voldoende onderscheid maken tussen fictie en realiteit, dus het is voor groep 3 al zeer interessant kennis te maken met de Kijkwijzer. Kijkwijzer waarschuwt ouders en opvoeders tot welke leeftijd een televisieprogramma of film schadelijk kan zijn voor kinderen.
  • Op de slide staan de symbolen die informatie geven over de ongeschikte inhoud. Ga de symbolen eens langs met de kinderen en vraag:
    • Waar denk je dat dit plaatje (symbool) voor staat?
    • Waarom denk je dat?
  • Achtereenvolgens op de slide staan de symbolen voor: seksualiteit, grof taalgebruik, geweld, discriminatie, alcohol- en drugsgebruik en angstaanjagende beelden. 
  • Optioneel:

Vraag de klas maar eens of ze nog een symbool of plaatje missen. Op de achterkant van Actieboekje 3.5 is ruimte om een eigen Kijkwijzersymbool te ontwerpen. Laat de kinderen daar hun eigen Kijkwijzersymbool tekenen.

D. Oefening in motivatie en strategie – Waarom en Hoe?        10 minuten.

  • De leerlingen gaan vandaag alvast oefenen hoe het is om een motivatie en strategie uit te spreken. Het doel is om de kinderen te helpen straks goede keuzen te maken wanneer zij worden geconfronteerd met content die niet voor hen geschikt is. Vraag de klas naar hun eigen motivatie en strategie:

Stel eerst de motivatievraag: (Waarom?)

  • Waarom is het voor jou belangrijk om alleen naar geschikte informatie te kijken?
  • Voorbeelden kunnen zijn: zodat ik geen enge dingen zie, zodat ik me niet ga vervelen, zodat ik de grapjes snap, etc.
  • Bespreek dit klassikaal en help kinderen met het beantwoorden van de vraag.

Stel daarna de strategievraag: (Hoe?)

  • Wat kun je doen als je opeens informatie ziet die niet voor jou geschikt is?
  • Bijvoorbeeld: ik zet de televisie op een andere zender, ik klik op het kruisje van YouTube of ik kijk weg, etc.
  • Bespreek dit klassikaal en help kinderen met het beantwoorden van de vraag.
  • Sluit de les af.