Handleiding Groep 5 Les 0

Welkom bij het Nationaal Media Paspoort!

Inleiding in kwaliteiten

Weten, voelen, willen en doen

Media zijn overal om ons heen. Volwassenen maken soms onderscheid tussen ‘oude’  en ‘nieuwe’ media. Kinderen spelen, leven in en mét media: voor hen bestaat het leven uit één geheel, waar offline en online door elkaar heen lopen. Het Nationaal Media Paspoort activeert kinderen om op jonge leeftijd bewustwording te ontwikkelen zodat zij onafhankelijke en verantwoorde keuzen kunnen maken met betrekking tot hun eigen mediagebruik. We zijn dan ook blij dat uw school mee doet!

Uw groep 5 heeft tot dusver nog geen lessen gehad die bij het Nationaal Media Paspoort horen; uw leerlingen (en u als leerkracht) willen wij graag met deze welkomstles een korte inleiding geven. (en voorbereiden op het allereerste, officiële lesthema).

Inleiding in kwaliteiten: Weten, Voelen, Willen en Doen 

4 kwaliteiten klein

Het unieke van het Nationaal Media Paspoort programma is dat het niet alleen kennis over media overdraagt, maar dat het tevens een beroep doet op de individuele beleving (voelen) van media, op de motivatie (willen) en de strategie/het gedrag (doen) van kinderen om slim met media om te gaan.

U zult zien dat de lessen dan ook steeds uit deze vier kwaliteiten zijn opgebouwd. Waarschijnlijk heeft u wel ervaring met het overdragen van kennis, maar misschien is het nieuw voor u om de andere 3 kwaliteiten toe te passen in de klas. Daarom bieden wij u met deze welkomstles een inleiding met een aantal kernelementen uit de lessen voor groep 5.

1. Kwaliteit ‘Voelen’  - Media doen een beroep op onze emoties                   10 minuten.

Voelen kleinHet is voor kinderen belangrijk om niet alleen voldoende kennis te hebben over media, maar ook om zich bewust te worden van de emoties waar de media een beroep op doet. Wanneer zij zich bewust zijn van deze emoties, kunnen wij hen daarna leren deze emoties te reguleren, zodat zij zich niet zomaar emotioneel laten meeslepen tijdens hun mediagebruik. Dat is een belangrijke kwaliteit in een tijd waarin kinderen steeds vaker en jonger autonoom (online) beslissingen moeten nemen, zonder toezicht of begeleiding van een volwassene.

Oefening 1:         
Bespreek klassikaal de 6 basisemoties: vreugde, verrassing, boosheid, angst, verdriet en afkeer. Stel daartoe de vragen één voor één bij elke emotie:

  • Ken je deze emotie?
  • Wanneer voel je deze emotie?
  • Waar in je lichaam voel je dat dan?

Oefening 2:         
Neem een Denk-pauze en doe een Bodyscan:
Eén van de kernoefeningen voor het ontwikkelen van de kwaliteit ‘Voelen’ is de Denk-pauze. Niet een pauze om te denken, maar juist een pauze om het denken even te stoppen alvorens te doen, te antwoorden of te reageren. Even rust, stilte in de klas, terug naar onszelf. In de Handleiding Bodyscan (zie ‘Benodigdheden’ op website) en het bijbehorend filmpje leggen we graag aan u uit wat we bedoelen en hoe we dit in de klas graag uitgevoerd zien. Het vergt enige voorbereiding voor u maar u zult zien: het wordt een stuk rustiger in de groep, de leerlingen zullen steeds meer vanuit zichzelf kunnen reageren.

  • Inleidende tekst: ‘We gaan even niet nadenken maar voelen, want voelen is net zo belangrijk als nadenken. Om goed te kunnen voelen, doen we allemaal onze ogen dicht. We gaan één minuut stil zijn en even onze aandacht richten op onszelf. We doen dat met de Bodyscan.’
  • De Bodyscan is een begeleide denk-pauze, waarin de leerkracht de leerlingen in één minuut stilte zegt waar zij hun aandacht op moeten vestigen. Zie voor de tekst en filmpje de Handleiding Bodyscan.
  • Stel na afloop de volgende vragen:
    • Wat voelde jij op dit moment? Voel je je bijvoorbeeld blij of verdrietig, of iets anders?
    • Waar in je lichaam voelde jij dat gevoel?

2. Kwaliteit ‘Willen’ – De motivatie moet uit het kind zelf komen                  10 minuten.

Willen kleinHet lesprogramma vertelt kinderen niet wat zij moeten doen, maar vraagt aan het individuele kind waarom het belangrijk voor hem of haar is om iets wel of niet te doen in de media. Daarmee versterkt het programma de intrinsieke motivatie van het kind.

In de lessen voor groep 5 wordt daarom steeds een motivatievraag (Waarom?) gesteld aan kinderen.

Oefening:
Stel uw leerlingen de vraag: Waarom is het voor jou persoonlijk belangrijk om lessen te krijgen over mediagebruik?
Bespreek daarna de antwoorden van de leerlingen klassikaal.

3. Kwaliteit ‘Doen’ -  Kinderen bepalen zelf hun strategie of doel               15 minuten.

Doen kleinHet programma nodigt kinderen uit zelf een strategie te bepalen en een doel te stellen wat betreft hun eigen mediagebruik. Het is daarbij belangrijk dat zij deze strategie regelmatig herhalen, zodat het daadwerkelijk effect heeft op het moment dat zij autonoom een beslissing moeten nemen.

In de lessen van groep 5 wordt daarom steeds ook een strategievraag (Hoe?) gesteld aan de leerlingen

 

Oefening 1:
Stel uw leerlingen de vraag: Wat ga jij doen om te zorgen dat je goed meedoet tijdens de medialessen?
 Het is het beste als de leerlingen de ruimte krijgen deze vraag zelf te beantwoorden, maar als dat nog lastig is, dan kunt u de volgende voorbeelden geven om de vraag te verduidelijken:

  • ‘Ik ga goed opletten’
  • ‘Ik ga notities maken’
  • ‘Ik laat mij niet afleiden’
  • ‘Ik ga thuis oefenen’

Etc.
Bespreek daarna de doelstellingen van de leerlingen klassikaal.

Oefening 2:
Als laatste oefening kunt u de leerlingen laten nadenken hoe zij zichzelf er steeds opnieuw aan kunt helpen herinneren dat zij doen wat zij gezegd hebben te doen bij de strategievraag. Laat u verrassen door de soms creatieve oplossingen die kinderen zelf bedenken!

Denk daarbij aan:

  • De strategie/het doel opschrijven op een papiertje en dat op de spiegel plakken.
  • In mijn mobiele telefoon een notitie maken en deze elke dag herhalen.
  • Het op mijn computer plakken.
  • Een wekkerbericht aanmaken in mijn mobieltje en die elke ochtend bekijken.

                            

Succes met les 1!