klein 3. Wat je geeft krijg je terug

Handleiding Groep 5 Les 3

Wij sturen aardige berichten

Thema 3

Wat je geeft krijg je terug

Tijdens les 5.3 maken de kinderen kennis met alle 6 basisemoties (blij, verdrietig, boos, bang, afkeer en verrassing) én de 5 zelfbewuste emoties (schaamte, jaloezie, trots, empathie/medeleven en schuldgevoel). Zij leren deze in zichzelf te herkennen, door zich in te leven in voorbeelden van sociale mediaberichten.

Smiley overzicht voorkanst

Benodigdheden:
Beeldmateriaal 5.3
Actieboekjes 5.1 en  5.3
Stickervellen met de 6 basisemoties en de 5 zelfbewuste emoties
Handleiding ‘Bodyscan’

A. Inleiding: Groepsgesprek                                              10 minuten.

  • Geef aan dat deze les over gevoel gaat. ‘Soms voel je je blij, soms voel je je verdrietig, boos of bang of je voelt verrassing of afkeer. Ook als je naar de televisie of naar een film kijkt, of als je achter de computer zit of naar je tablet of telefoon kijkt. Het kan zijn dat de filmpjes of berichten je verrassen. Of je krijgt berichten die niet leuk zijn. Misschien wil je het wel helemaal niet zien; dan voel je afkeer.
  • Bespreek dan ook de emoties schaamte, jaloezie, trots, empathie (medeleven) of schuldgevoel. Kennen zij deze emoties? Zo niet, leg deze emoties in eigen woorden aan hen uit.  Vraag de leerlingen daarna eens te vertellen wanneer ze deze gevoelens wel eens hebben.
    • Wat is er dan gebeurd waardoor zij dat voelen?
    • Waar voelen zij deze emoties in hun lichaam?

B. Denk-pauze: Bodyscan                                                  5 minuten.

  • Zeg in uw eigen woorden het volgende aan de kinderen: ‘We gaan nu even niet nadenken maar voelen, want voelen is net zo belangrijk als nadenken. Om goed te kunnen voelen, doen we allemaal even onze ogen dicht. We gaan één minuut stil zijn en even lekker rustig zitten.’  Doe nu met de kinderen de Bodyscan.
  • De Bodyscan is een begeleide Denk-pauze, waarin de leerkracht de leerlingen in één minuut stilte zegt waar zij hun aandacht op moeten vestigen. Het leert kinderen zich naar binnen te richten en zich bewust te worden van hun eigen emoties. Zie voor de tekst de Handleiding Bodyscan op de website onder ‘Benodigdheden’.
  • Stel na afloop de volgende vragen:
    • Wat voelde jij? Voel je je bijvoorbeeld blij of verdrietig, of iets anders?
    • Waar in je lichaam voelde jij dat gevoel? (kinderen kunnen dit vaak goed zelf aanwijzen)


C. Wat voel je bij de berichten? Plak de stickers!                      20 minuten.

  • Laat ter inleiding de eerste 5 foto’s en het filmpje aan de kinderen zien uit het Beeldmateriaal 5.3 en vraag welke emoties deze afbeeldingen bij hen oproepen. Alles is goed en het kan per kind verschillen. Luister naar hun motivaties.
    • Deel dan Actieboekje 5.3 uit. Hierop staat een overzicht van verschillende mediaberichten die verschillende gevoelens kunnen oproepen. Zij kunnen daar steeds een emotiesticker bij plakken.binnenkant

  • Laat de kinderen nu kijken naar de mediaberichten in het Beeldmateriaal 5.3. Dit zijn mediaberichten die een beroep doen op de zelfbewuste emoties. Ga niet al het materiaal in één keer af, maar neem na elke afbeelding de tijd om de leerlingen een minuut hun ogen te laten sluiten om bewust te worden van het  gevoel zij krijgen bij het bericht. Geef hen daarna de tijd om de juiste sticker te plakken in het Actieboekje 5.3.
  • Vraag na elk voorbeeld een aantal kinderen het gevoel toe te lichten, door te vragen:
    • Wat voelde je bij het bericht? Waarom?
    • Waar in je lichaam voelde je dit?

D. Motivatie en strategie – Waarom en Hoe?                                         10 minuten.

  • Nu gaat de klas weer aan de slag met het bepalen van hun eigen motivatie en strategie. Deze schrijven zij op in het Actieboekje 5.1 dat al tijdens de eerste les werd uitgedeeld. Daarnaast kan elke leerling straks inloggen op . Daar kan elke leerling zijn motivatie en strategie invullen in hun eigen digitale paspoortje. In groep 8 ontvangen zij dan een geprinte versie van hun eigen paspoort.

Motivatie (Waarom?)

  • Stel de leerlingen allereerst de motivatievraag: Waarom is het voor jou belangrijk om aardige berichten te sturen en te ontvangen?
  • Laat hen deze ‘motivatie’ daarna in het actieboekje 5.1 invullen en bij de juiste groep en de juiste les in hun eigen digitale paspoort.

Strategie (Hoe?)

  • Stel de leerlingen daarna de strategievraag: Wat ga jij doen om te zorgen dat je alleen aardige berichten naar anderen stuurt?
  • Laat hen ook deze ‘strategie’ invullen in het actieboekje 5.1 en bij de juiste groep en de juiste les in hun digitale paspoort.
  • Laat hen vervolgens nadenken over hoe zij zichzelf in de dagelijkse praktijk kunnen helpen herinneren aan deze strategie. Bijvoorbeeld: ik schrijf een notitie in mijn agenda of in mijn mobieltje die mij eraan herinnert dat ik alleen aardige berichten naar anderen stuur.
  • Sluit de les af.